Uit een recent rapport van Bankinter blijkt dat niet-ingezeten buitenlanders die onroerend goed in Spanje kopen, over een 80 procent hogere koopkracht beschikken dan Spaanse kopers. Deze groep, die geen vaste woonplaats in Spanje heeft, is inmiddels goed voor bijna 20 procent van alle aankopen van onroerend goed – een aanzienlijke stijging ten opzichte van de 7 procent aan het begin van deze eeuw.
De toenemende aanwezigheid financieel sterke buitenlandse kopers vergroot de druk op de toch al gespannen Spaanse woningmarkt. Spanje kampt met een structureel tekort van ongeveer 700.000 woningen, waardoor de prijzen vooral in gewilde regio’s verder stijgen. Vooral grote steden, de Middellandse Zeekust en eilanden zoals de Balearen en de Canarische Eilanden worden hierdoor getroffen.
De kopersgroep bestaat voornamelijk uit Britten, Duitsers, Nederlanders en Marokkanen. Terwijl Noord-Amerikanen gemiddeld de hoogste prijzen per vierkante meter betalen, zijn het de Nederlanders en Belgen die vooral in de kustgebieden actief zijn. Daar is bijna de helft van alle vastgoedverkopen afkomstig van buitenlanders.
Interessant genoeg blijft de invloed van buitenlanders niet beperkt tot het luxesegment. Ook op de markt voor gemiddelde woningen spelen zij een steeds dominantere rol, wat wijst op een fundamentele verandering in de marktdynamiek. Voor potentiële kopers betekent dit enerzijds een gunstige uitgangspositie als zij uit welvarendere landen komen, maar anderzijds ook toenemende concurrentie en daarmee doorgaans hogere prijzen.
Samenvattend kan worden gesteld dat de hoge koopkracht van buitenlandse investeerders de Spaanse vastgoedmarkt merkbaar beïnvloedt en de prijsontwikkeling vooral in populaire regio’s stimuleert. Deze ontwikkeling vormt een uitdaging voor de lokale bevolking en verandert de structuren van de markt blijvend.
Bron: Persbureaus





