De Europese Commissie heeft Spanje donderdag (4 juni 2026) opnieuw berispt omdat het niet-ingezeten buitenlanders belastingvoordelen weigert voor huurinkomsten uit de verhuur van woonruimte in Spanje, terwijl ingezeten burgers deze voordelen wel krijgen, zo meldde de instelling in een persbericht.
Brussel had de procedure in 2019 ingeleid en stuurt Spanje nu een nieuwe “aanmaningsbrief”, nadat is gebleken dat de door de Spaanse autoriteiten voorgestelde wijzigingen niet volstaan om een einde te maken aan de door de Commissie bekritiseerde discriminerende behandeling.
Met name genieten ingezeten belastingplichtigen een vermindering van hun belastinggrondslag met maximaal 60 % voor inkomsten uit verhuur, maar deze mogelijkheid “staat niet ter beschikking van niet-ingezetenen” – een “ongelijke behandeling” die voor de Europese Commissie een “beperking van het vrije verkeer van kapitaal” vormt.
“Ondanks de uitwisseling met de Commissie heeft Spanje zijn wetgeving niet gewijzigd om deze discriminerende behandeling op te heffen en heeft het nieuwe kenmerken in zijn belastingstelsel ingevoerd”, stelt de instelling. De in 2025 vastgestelde wijzigingen houden in dat „alleen ingezetenen profiteren van kortingen tussen 20 % en 90 % van de belastinggrondslag uit de verhuur van woonruimte“, waardoor „niet-ingezetenen nog steeds worden gediscrimineerd“.
Daarom heeft de Europese Commissie besloten Spanje opnieuw aan te manen; het land heeft nu twee maanden de tijd om “te reageren en de door de Commissie vastgestelde tekortkomingen te verhelpen”. De procedure bevindt zich echter nog in de eerste fase van de Europese inbreukprocedure (aanmaningsbrief), en Brussel heeft besloten nog niet over te gaan tot de tweede fase, die de verzending van een ultimatum (een met redenen omkleed advies) zou inhouden alvorens de zaak voor het Europees Hof van Justitie te brengen.
De Europese Commissie heeft nog meer procedures tegen Spanje ingeleid die betrekking hebben op de fiscale behandeling van niet-ingezeten buitenlanders. In een andere procedure wordt aangevoerd dat het land de hoofdverblijfplaats van deze burgers belast met een belasting van 2 % van de kadastrale waarde van hun hoofdverblijfplaats als “fictief inkomen”, terwijl dit niet van ingezetenen wordt geëist.
Bovendien heeft Brussel nog een procedure aanhangig gemaakt bij het Hof van Justitie, waarin Spanje eveneens wordt beschuldigd van discriminerende behandeling van niet-ingezetenen, aangezien hun niet de mogelijkheid wordt geboden
de betaling van de vermogenswinstbelasting uit te stellen wanneer de betaling voor de overdracht van vermogensbestanddelen met meer dan een jaar wordt uitgesteld of in termijnen over een periode van meer dan een jaar wordt voldaan – wat voor ingezetenen daarentegen wel mogelijk is.
Bron: persbureaus





