In Spanje stijgen de prijzen voor benzine en diesel momenteel sterk – en dat juist midden in de drukke „Operación Retorno”, de terugreisgolf na de zomervakantie. Sinds augustus betalen automobilisten tot 25 euro meer voor een volle tank diesel dan een jaar geleden.
De oorzaak van deze aanzienlijke prijsstijging ligt in de afloop, eind juni, van de btw-verlaging op brandstoffen. Sindsdien zijn de prijzen met ongeveer 24 procent gestegen voor diesel en met bijna 20 procent voor benzine. Een liter diesel kost momenteel gemiddeld 1,86 euro, benzine ligt rond de 1,72 euro per liter. Voor een gemiddelde tank van 55 liter betekent dit extra kosten van bijna 25 euro voor diesel en ongeveer 13,50 euro voor benzine in vergelijking met vorig jaar.
De Spaanse regering reageerde in augustus op de prijsstijging met een lichte verlaging van de accijns op koolwaterstoffen, die in september voor diesel weer werd verhoogd. Toch is de situatie voor automobilisten, gezien de gestegen kosten en de drukke terugreisperiode, allesbehalve gunstig.
In vergelijking met de rest van Europa blijven de brandstofprijzen in Spanje ondanks de stijging gematigd. Zo liggen de gemiddelde prijzen voor benzine en diesel in de eurozone aanzienlijk hoger dan die in Spanje. Terwijl er in de zomer van 2022 nog recordprijzen van meer dan 2 euro per liter werden genoteerd, houdt Spanje zich momenteel wat terughoudender op het gebied van prijzen – een opluchting voor veel reizigers die het land verlaten of doorkruisen.
Over het geheel genomen laat deze ontwikkeling zien hoe sterk politieke beslissingen en belastingmaatregelen directe gevolgen kunnen hebben voor het dagelijks leven van de consument – vooral in tijden van druk verkeer en een overeenkomstige vraag. Voor reizigers betekent dit dat ze bij terugkeer van vakantie goed op de tankkosten moeten letten.
Bron: persbureaus


