De zomer van 2026 brengt in Spanje niet alleen zon en vakantiestemming met zich mee, maar ook uiteenlopende prijzen voor een bolletje ijs. Terwijl een bolletje in kleinere steden vaak tussen de 1,80 en 2,50 euro kost, kunnen toeristen in populaire gebieden zoals Barcelona, Madrid of Marbella tot wel 6 euro voor een bolletje betalen. Deze prijsverschillen hangen vooral af van de locatie – toeristische wijken vragen aanzienlijk meer dan minder drukbezochte plaatsen.
Spanje behoort daarmee tot de duurdere landen van Europa, ook al heeft het Verenigd Koninkrijk momenteel de hoogste prijzen. Een marktonderzoeksbureau heeft vastgesteld dat de locatie bepalender is voor de prijs dan de ijssmaak of de ingrediënten. Op Tenerife liggen de prijzen voor een bolletje ijs bijvoorbeeld meestal rond de 1,90 euro, terwijl de prijzen op de Ramblas in Barcelona al snel het dubbele kunnen bedragen.
Naast de pure kosten is ook de netto werktijd die een inwoner aan een bolletje ijs moet besteden een interessante factor. Spanje bevindt zich met ongeveer 15 minuten werktijd in het midden van de ranglijst, terwijl Duitsland met 7,4 minuten het goedkoopst is en Griekenland met bijna 21 minuten het duurst. Dit toont aan dat Spanjaarden in vergelijking met sommige andere landen relatief gezien minder van hun inkomen aan ijs uitgeven.
De stijgende prijzen in Spanje zijn vooral te wijten aan hogere kosten voor grondstoffen, energie en strengere regelgeving. Tussen 2021 en 2024 stegen de prijzen voor ambachtelijk ijs met wel 30 procent. Ondanks een lichte prijsdaling in de EU tot juni 2026 blijft ijs in Spaanse ijssalons duur – vooral in de horeca, waar vaak andere marges gelden dan in de detailhandel.
Over het geheel genomen blijkt dat het genieten van ijs in Spanje weliswaar prijzig kan zijn, maar in Europees opzicht geen toppositie inneemt. Voor reizigers loont het de moeite om op de locatie van de ijssalon te letten om de beste prijs voor deze zoete verfrissing te vinden.
Bron: persbureaus





