De Europese Commissie heeft Spanje erop gewezen dat de verlaging van de btw op brandstof naar het verlaagde tarief van 10 %, zoals de regering die heeft doorgevoerd in het kader van de maatregelen naar aanleiding van de oorlog in het Midden-Oosten, in strijd is met de Europese richtlijn inzake deze belasting.
De Europese Commissie heeft dit standpunt aan de Spaanse en Poolse autoriteiten meegedeeld in een brief die op 28 maart aan beide landen is toegezonden, zoals het dagblad El País gisteren (07-04-2026) al meldde en een EU-woordvoerster tegenover EFE bevestigde.
“In de brief herinneren we de nationale autoriteiten eraan dat de btw-richtlijn niet voorziet in de mogelijkheid om een verlaagd tarief toe te passen op de levering van brandstoffen”, verklaarde zij. In plaats daarvan beveelt de afdeling onder leiding van de commissaris voor Klimaat en Belastingen, Wopke Hoekstra, aan om de accijnzen op koolwaterstoffen te verlagen.
De verlaging van de btw op brandstoffen van 21 % naar 10 % is een van de belangrijkste maatregelen van het pakket dat eind maart door de regering is aangenomen om de door de oorlog in het Midden-Oosten veroorzaakte stijging van de energieprijzen op te vangen, waarvan de totale waarde op ongeveer 5 miljard euro wordt geschat.
Hoewel het vaststellen van de belastingtarieven onder de bevoegdheid van de nationale regeringen valt, beperkt de Europese btw-richtlijn de goederen en diensten waarop de lidstaten hun verlaagde en sterk verlaagde tarieven mogen toepassen, die in het geval van Spanje respectievelijk 10 % en 4 % bedragen.
Wat de mogelijkheid betreft om de accijnzen te verlagen, maakt het in Spanje aangenomen pakket daar al gebruik van, namelijk door een verlaging met 14,49 cent per liter voor 98-octaanbenzine en met 4,9 cent per liter voor diesel.
De Europese Commissie heeft de lidstaten aanbevolen dat de maatregelen die zij nemen om de stijging van de energieprijzen te temperen, “selectief” en “tijdelijk” moeten zijn, om het tekort en de schuld niet op te drijven, maar ook dat deze niet bijdragen aan een toename van de vraag naar fossiele brandstoffen.
In die zin behoort het tot haar aanbevelingen om elektriciteit tegen lagere tarieven te belasten dan koolwaterstoffen.
“Elk effectief nationaal beleid ter bescherming van onze economie en onze burgers moet gebaseerd zijn op bepaalde basisprincipes. Daartoe behoren de noodzaak om selectief en tijdelijk te werk te gaan, de totale vraag naar olie en gas niet te verhogen en in overeenstemming te zijn met de noodzaak om ons energiesysteem verder te decarboniseren”, zei EU-commissaris voor Economische Zaken Valdis Dombrovskis na de laatste vergadering van de Eurogroep.
In tegenstelling tot de crisis die werd veroorzaakt door de oorlog in Oekraïne, die beperkt bleef tot Europa en te wijten was aan de afhankelijkheid van Russische fossiele brandstoffen, is het conflict in het Midden-Oosten mondiaal, waardoor ook andere landen worden getroffen, waarop de EU een beroep heeft gedaan om haar bevoorrading met dergelijke brandstoffen te diversifiëren. Daarom dringt Brussel erop aan de vraag niet verder te laten stijgen, wat zou kunnen bijdragen aan inflatie, en de uitbreiding van hernieuwbare energie verder te stimuleren.
De Europese Commissie is van plan binnenkort een pakket maatregelen voor te leggen waar de lidstaten gebruik van kunnen maken om de stijgende energieprijzen tegen te gaan, hoewel er hiervoor nog geen datum is vastgesteld.
Tegen deze achtergrond hebben Spanje, Duitsland, Italië, Portugal en Oostenrijk vorige week een brief aan Hoekstra gestuurd, waarin zij de Europese Commissie oproepen maatregelen te ontwikkelen om de buitengewone winsten van energiebedrijven te belasten, teneinde de gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten „rechtvaardig” te verdelen.
Bron: persbureaus





