De hoogte van het ouderdomspensioen in Spanje varieert aanzienlijk per woonplaats, wat een weerspiegeling is van de sociale en economische verschillen binnen het land. In augustus bedroeg het gemiddelde ouderdomspensioen 1.575 euro per maand, maar tussen het welvarendere Baskenland en de minder welvarende regio Extremadura bestaat een verschil van maar liefst 563 euro.
Deze verschillen zijn vooral te wijten aan de regionale inkomens- en werkgelegenheidsstructuren. In het noorden van Spanje, bijvoorbeeld in het Baskenland, liggen de lonen tijdens het beroepsleven doorgaans hoger, wat direct leidt tot hogere pensioenuitkeringen. Daar ontvangen gepensioneerden gemiddeld 1.909 euro, terwijl in Extremadura, een van de armste regio’s, slechts 1.346 euro wordt uitbetaald.
Meer koplopers wat betreft pensioenhoogte zijn Asturië, Madrid en Navarra, waar de pensioenen eveneens aanzienlijk boven het landelijk gemiddelde liggen. Aan de andere kant bevinden zich regio’s als Valencia, Andalusië en Murcia met relatief lage pensioenbedragen, wat wijst op lagere kosten van levensonderhoud en inkomensniveaus.
Deze discrepantie weerspiegelt ook de verschillen in de premies van de verschillende beroepsgroepen. Zelfstandigen ontvangen gemiddeld lagere pensioenen dan werknemers in het algemene stelsel. Bijzonder opvallend zijn de mijnwerkers, die met meer dan 3.000 euro de hoogste gemiddelde pensioenen ontvangen.
Over het geheel genomen blijkt dat de regionale economische kracht en de beroepsstructuur bepalend zijn voor de hoogte van het pensioen. Voor gepensioneerden betekent dit dat hun woonplaats een aanzienlijke invloed heeft op hun financiële zekerheid op oudere leeftijd.
Bron: persbureaus





